Traces of the Familiar

Jaya Pelupessy, Traces of the Familiar, 2015 (zeefdruk)

Jaya Pelupessy & Felix van Dam, Traces of the Familiar, 2015, zeefdruk

Deze foto maakten Jaya Pelupessy en Felix van Dam vorig jaar met hun zelfontwikkelde zeefdrukcamera, waarin de foto direct in de vorm van een zeefdruk wordt vastgelegd. De foto is op dit moment te zien in de tentoonstelling Traces of the Familiar. Naar aanleiding daarvan organiseerde Foam vorige week donderdagavond een artist talk waarin de experimenteerdrift en ambachtelijkheid in het werk van Pelupessy en Van Dam vanuit verschillende hoeken werden belicht. De kunstenaars waren aanwezig om hun werkwijze toe te lichten. Daarnaast spraken twee andere experimentele fotografen, die, net als zij, voortdurend de grenzen van de fotografische techniek oprekken: Gábor Ösz en Jaap Scheeren. Ik was gevraagd om een en ander in een fotohistorisch kader te plaatsen.

Eduard Isaac Asser, mislukte daguerreotypie, ca. 1842-1847 (Collectie Rijksmuseum)

Eduard Isaac Asser, mislukte daguerreotypie, ca. 1845 (Rijksmuseum)

Kim Knoppers, de conservator van Foam, had daarbij nadrukkelijk gevraagd of ik niet wat mislukte foto’s uit de 19de eeuw kon laten zien. Dat was nog best lastig want vroege fotografische experimenten zijn niet gauw mislukt, zolang er in ieder geval iets is vastgelegd. En de meeste foto’s waarop niets te zien is, zijn niet bewaard. Op deze daguerreotypie van Eduard Isaac Asser na … Natuurlijk zijn er wel veel foto’s bewaard waaraan je kunt zien dat fotopioniers worstelden met de onvolkomenheden van het nieuwe medium, zoals de lange belichtingstijden en de instabiliteit van de afdruk. In 1839, toen de uitvinding van de fotografie wereldwijd bekend werd gemaakt, kon de opnametijd tot tenminste 10 minuten oplopen. Een fotografische portret zat er dus nog niet in, wel stillevens, stadsgezichten, gebouwen en fotogrammen van planten.

Links een fantoomachtige verschijning van een pleisterbeeldje, gefotografeerd door de Franse pionier Hippolyte Bayard in 1839 en rechts een fotogram van de Britse uitvinder van de fotografie, William Henry Fox Talbot, ook uit 1839. Beide foto’s komen uit een bijzonder album in de Universiteitsbibliotheek Leiden, met verschillende vroege foto-experimenten, waarvan de herkomst nog altijd onbekend is.

Enkele vroege foto’s van Asser op papier. Rechts een papieren negatief dat hij maakte vanuit zijn huis aan het Singel in Amsterdam, gezien richting de Munt. En links Charlotte, een van zijn vier dochters.

W.F. Talbot, Chateau de Chambord, 1843, zoutdruk (Rijksmuseum)

W.F. Talbot, Chateau de Chambord, 1843, zoutdruk (Rijksmuseum)

Hiernaast een foto van Talbot, afgedrukt in zijn drukkerij in Reading, die zijn Nederlandse assistent Nicolaas Henneman tussen 1844 en 1847 bestierde. Als je heel goed kijkt kun je nog net het Chateau de Chambord in Frankrijk ontwaren, met op de voorgrond boomstammen die voor steigers werden gebruikt. Deze foto was een van 6000 afdrukken die Henneman voor de Art-Union, een kunsttijdschrift uit die tijd, had geproduceerd. Talbot had de foto in 1843 op zijn reis naar Frankrijk gemaakt, maar hij was er niet echt tevreden over omdat het een regenachtige dag was geweest. Toch is niet zozeer de opname mislukt, als wel de afdruk. Die was namelijk al verbleekt op het moment dat het betreffende nummer van de Art-Union in 1846 verscheen. En dat gold voor vrijwel de hele oplage. Het was een haastklus geweest waarbij Henneman niet de tijd had genomen – of gekregen – om de foto’s goed te fixeren.

chambord-goedDat het ook anders in Reading kon laat deze afdruk van hetzelfde negatief zien. Deze was niet voor de Art-Union bedoeld en had Henneman dus in alle rust, met de juiste chemicaliën en bij de juiste weersomstandigheden (afdrukken vond bij daglicht en dus meestal buiten plaats) kunnen printen. Niet lang na het verschijnen van het tijdschrift in 1846 sloot Talbot zijn drukkerij. Voor foto’s in hoge oplagen lag de toekomst niet in chemicaliën maar in inkt.

En dus gingen pioniers als Talbot en Asser op zoek naar een methode waarmee de foto in een traditionele drukplaat kon worden omgezet zonder dat de typische halftonen van de fotografie – alle nuances in grijzen die ontbreken in een gravure of ets – verloren zouden gaan. Asser zocht die in de steendruk en Talbot in de ets en aquatint:

Echt perfect waren ze nog niet: de halftonen lieten ze nog niet goed reproduceren in al hun nuances. Iets wat overigens ook goed te zien is op de experimentele zeefdrukken van Jaya Pelupessy & Felix van Dam. Pas eind 19e eeuw kwam met de autotypie – of wel het rastercliché – de oplossing voor dit vraagstuk.

This entry was posted in Presentaties and tagged , , , . Bookmark the permalink.